Geologie

Geologie en landschap

Bij een indrukwekkende streek als deze hoort een even indrukwekkende – én ingewikkelde – ontstaansgeschiedenis met twee gebergtevormingen: de Hercynische en de Alpiene.

Gedurende een lange periode in het Paleozoïcum was het gebied dat nu door Sobrarbe wordt ingenomen een zee. Op de bodem daarvan hoopten modder, klei en zand zich op. Uit deze sedimenten ontstonden de leisteen, zandsteen, kalksteen en kwartsiet die vandaag in de bergen en valleien in het noorden van de regio voorkomen.

Deze gesteenten zijn sterk vervormd door de Hercynische gebergtevorming. Een periode aan het einde van het Carboon en het Perm met intense tektonische activiteit die een groot deel van Europa trof en leidde tot de vorming van een gigantische bergketen. Talrijke plooien en breuken getuigen van dit verleden, net als het graniet dat in die periode uit opstijgend, stollend magma is ontstaan. Door de hitte van dit magma vormden zich bovendien metamorfe gesteenten zoals leisteen (uit klei) en kwartsiet (uit zandsteen). Door latere erosie weer aan de oppervlakte gebracht, vormen deze gesteenten nu het skelet van de hoogste toppen van het gebergte.

In de volgende fase werd deze gigantische bergketen intensief aangetast door erosie, totdat ze vrijwel verdween en plaatsmaakte voor een bijna vlak landschap dat vervolgens werd bedekt door een ondiepe tropische zee. Hierin zijn koraalriffen gevormd en heeft zich kalkhoudend slib opgehoopt dat we vandaag de dag kunnen zien in de vorm van kalksteen, dolomiet en mergel, waarvan vele mariene fossielen bevatten. Deze zee kende talrijke schommelingen, met vele stijgingen en dalingen van het waterpeil, maar heeft vrijwel het hele gebied gedurende deze hele periode bedekt

Door het verbrokkelen van Pangea, toen alles nog één continent was, ontstonden er tussen Spanje en Frankrijk, langs een lange oost-west breuk, diepe zee-inhammen waarin veel afzetting gebeurde, onder andere van kalksteen. Door de beweging van de aardplaten ontstonden er ook breuken en vulkanisme.

Aan het einde van het Trias en gedurende het Jura werd in het gebied van de huidige Pyreneeën veel kalk afgezet (kalksteen, dolomiet), afgewisseld met, als de zee zich terugtrok, klei en evaporieten. Bij de latere gebergtevorming zullen deze lagen sterk vervormd worden.

Op de overgang Jura-Krijt kwam er een kortstondige verbinding Spanje-Europa tot stand. Later in het Krijt overstroomde de zee weer dit gebied. Weer worden kalk en mergel afgezet en, naarmate de zee dieper werd, ook flysch.

 Flysch is een gesteente afgezet onder diep-mariene omstandigheden, waarbij de vorming van schalie (rustig afzettingsmilieu) normaal is. De grovere lagen van conglomeraten en zanden (hoge energie) staan voor onderbrekingen in dit rustige milieu, die veroorzaakt worden door schoksgewijs massatransport vanuit het vormende gebergte. Vaak is dit massatransport te herkennen in de vorm van turbidieten.

Een turbidiet is een sedimentaire structuur die wordt afgezet door een troebelingsstroom. Dit is een soort lawine onder water. Turbidieten worden typisch afgezet op relatief hoge hellingen ver onder de waterspiegel.

In het eoceen-oligoceen gebeurde er weer een grote ommekeer! De Iberische plaat (Spanje) botste terug met Europa, waarbij, vertrekkende van het oosten naar het westen, de huidige Pyreneeën ontstonden. Tegelijk ontstond er in de Pyreneeën een grote oost-west breuk in de aardkorst.

wikimedia commons

 

Door de vorming van de bergketen raakte de zee, die steeds ondieper en langgerekter werd, geleidelijk afgesloten. Ongeveer 40 miljoen jaar geleden markeerde een stelsel van delta’s de overgang tussen het drooggevallen gebied en de laatste fasen van deze zeegolf. Hoewel deze periode relatief kort was, zijn er aanzienlijke hoeveelheden sediment afgezet. Deze zijn vandaag de dag in het zuiden van de regio te zien in de vorm van mergel, kalksteen en zandsteen. Toen de zee zich definitief uit Sobrarbe had teruggetrokken, werd de erosie nog intenser. Ongeveer 25 miljoen jaar geleden verzamelden actieve en krachtige bergstromen enorme hoeveelheden grind die na verloop van tijd veranderden in conglomeraat.

conglomeraat

 

Ten zuiden van de rijzende bergketen bevond zich een groot bekken, eerst nog verbonden met de zee, later ervan afgesloten. De huidige Sobrarbe valt daaronder, met een veelheid aan afzettingen van vooral klei en evaporieten. Door tektonische activiteit ontwikkelden zich ten zuiden van het gebergte bovendien plooiingen zoals de anticlines van Boltaña en Mediano en de syncline van Ainsa-Buil.

Doorsnede door het Ainsa-bekken (uit Moody, 2014)

 

Voorbeeld van de complexe opvulling: omgeving Mondot (uit Moody, 2014)

 

Vanuit deze periode dateren ook veel fossielen, zoals de zee-egels en vooral nummulieten in de buurt van Santa Maria de Buil.

Om het zo mogelijk nog ingewikkelder te maken, gleden, door het omhoogkomen van de centrale Pyreneeën, eerder gevormde lagen zuidwaarts en overdekten ze de jongere lagen.

In het Quartair boetseerden de ijstijden het landschap. In de hogere gebergten zijn nog de sporen zichtbaar: cirques of keteldalen: halfronde kommen hoog in het gebergte, U-dalen, gepolijste gesteentes, moreneafzettingen, puinhellingen … Gedurende de laatste ijstijd ruimde het bos plaats voor steppes en toendra. Op beschutte plaatsen bleven echter restanten bos bewaard. Uit onderzoek blijkt dat de gletsjers in de Pyreneeën bewaard bleven tot 17.500 – 15.000 jaar geleden. Door de opwarming na de ijstijd en de toenemende neerslag vestigde zich weer bos. Daarna, vanaf 5000 jaar geleden, is het vooral de mens die de vegetatie gaat beïnvloeden. Daarmee zijn we dan ook aanbeland in de geschiedenis.

De gletsjers in de Pyreneeën zijn de meest zuidelijke in Europa; ze vorm(d)en een uniek ecosysteem met bijzondere soorten. Zie requiem voor een gletsjer.

Rivieren zijn een belangrijke landschapsvormende factor in dit gebied. In het gebergte vormen ze diepe, indrukwekkende kloven, zoals de Añisclo. Lager vormen ze bredere beddingen met grindbanken. Door het stuwmeer van Ainsa is het natuurlijke verloop echter grondig verstoord. Het dorp Mediano verdween onder water; de spits van de kerktoren steekt als trieste getuige boven de waterspiegel uit.

De belangrijkste rivier is de Cinca, die ontspringt in de gletsjer van de Monte Perdido.

De rivieren Cinca en Cinqueta werden gebruikt om, bij periodes van hoge waterstand, boomstammen vanuit de Pyreneeën via de Ebro naar de Middellandse Zee te vervoeren. Meestal werden deze stammen gebruikt voor de scheepsbouw. Briet (1903) beschrijft zo’n transport: “Een rij ontschorste boomstammen ligt in de Cinca”. Ook in 1906_b komt het aan bod als hij de kloof van Entremon bezoekt: “wordt alleen bevaren door de ‘navateros’, die de houttransporten vanuit de grens, of liever gezegd vanuit de bossen daar, moeten vervoeren (…) Op de Cinca worden de dennenstammen, die zorgvuldig zijn voorbereid voor de zagerij, vastgebonden tot een kort en vrijwel vierkant vlot. Bij het naderen van de kloof stuwt de stroming, die steeds sneller wordt, dit vlot als een pijl voort; de behendige kerels die het besturen, stevig op hun benen en aandachtig, de een aan het voorste roer, de ander aan het achterste, verdwijnen plotseling onder de prachtige bocht die angstaanjagend is, en waar ze proberen botsingen te vermijden.”

uit Briet 1906_b

 

Het laatste transport (navatas) op de Cinca vond plaats in 1949 (Pallaruelo, 1984). 

 

In de kalksteengebieden zoals het Monte Perdido-massief (het hoogstgelegen kalksteengebied in Europa) en de Peña Montañesa, wordt het landschap sterk beïnvloed door karst: dolines, rivieren die wegduiken in verdwijngaten en grotten.

karst

 

In veel van deze grotten werden oude tekeningen teruggevonden en bij Tella werd het skelet van een holenbeer gevonden. Met zijn 1600 m hoogte is dit de hoogstgelegen vindplaats van een holenbeer (Ursus spelaeus) in Europa.

Door deze bijzondere ontstaansgeschiedenis wordt de Sobrarbe nu opgedeeld in meerdere gebieden:
De axiale zone met de hoogste pieken tot meer dan 3000 meter (Aneto, Posets) met de oudste gesteenten zoals kwartsiet, schalies en graniet
Daarbij sluiten de ‘sierras interiores’ aan met toppen tot meer dan 2500 meter (Monte Perdido)
Dan volgt de depressie met daarin onder andere Ainsa
Tenslotte volgen de ‘sierras exteriores’ met onder meer de Sierra de Guara

(bron: http://www.geoparquepirineos.com/contenidos.php?niv=1&cla=_2OA1CCRP9&cla2=_2OA1CGQUH&cla3=&tip=2&pla=0&idi=3

Sinds 2006 maakt een deel van dit geologisch erfgoed deel uit van het netwerk van Europese en wereldwijde geoparken.

(zie: http://www.geoparquepirineos.com/contenidos.php?niv=1&cla=_2OA1CATPF&cla2=&cla3=&tip=1&pla=0&idi=3)

Samenvattende tijdslijn (vertaald van Wikipedia)

Van 580 tot 345 miljoen jaar geleden (Paleozoïcum): voornamelijk zee, enkele stukken land met rivieren, sedimentatieproces.

Van 345 tot 260 miljoen jaar geleden (van het Carboon tot het Perm): Hercynische gebergtevorming die een immense bergketen deed ontstaan (niet te vergelijken met de huidige keten); vorming in de diepte van metamorfe en magmatische gesteenten (plutonische gesteenten); vulkanisme.

Rond 260 miljoen jaar geleden (einde van het Perm, Paleozoïsche era): einde en fragmentatie van de Hercynische cyclus.

Van 260 tot 220 miljoen jaar geleden (van het einde van het Perm tot het begin van het Trias): erosie, geleidelijke blootlegging van de granitische en metamorfe sokkel.

Van 220 tot 100 miljoen jaar geleden (Trias, Jura en Krijt): post-Hercynische peneplain of schiervlakte, afwezigheid van afzettingen in het westelijke deel.

Van 150 tot 100 miljoen jaar geleden (Vroeg-Krijt): onder invloed van een oceaanopening ontvouwt de Golf van Biskaje zich als een waaier, waardoor Spanje tegen Frankrijk wordt gedrukt en een groot deel van deze sedimenten wordt samengeperst.

Van 100 tot 40 miljoen jaar geleden (van het Vroeg-Krijt tot de periodes van het Paleoceen en Eoceen): mariene sedimentatie (afzetting van kalksteen), waarna de samendrukking en opheffing van de aardkorst eerst het oostelijke deel beïnvloeden en zich geleidelijk over de hele keten uitbreiden; de opheffing en vervorming brengen de sedimentaire lagen omhoog en bereiken hun grootste intensiteit tijdens het Eoceen.

Van 40 tot 20 miljoen jaar geleden (periodes Eoceen en Oligoceen): plooiing en vorming van de Pyreneeën.

Vanaf 20 miljoen jaar geleden (Mioceen): de bergketen is gevormd, de erosie van de nieuwe keten begint, waarbij het warme en vochtige klimaat de werking van water bevordert. Het proces van erosie en sedimentatie is verantwoordelijk voor een groot aantal canyons en het optreden van karst (door chemische verwering van kalkgesteenten), evenals voor het jaarlijkse transport van miljoenen tonnen materiaal naar vlakten en kustgebieden, wat een zeer langzame afbraak van de keten veroorzaakt.

Vanaf 5 miljoen jaar geleden (Plioceen en Pleistoceen): de algemene afkoeling van het klimaat leidt tot de vorming van gletsjers die belangrijke U-vormige dalen in het landschap uitslijpen. De erosie gaat door (bijvoorbeeld door de werking van vorst).

Ertsen

De diverse thermische en tektonische gebeurtenissen gedurende de geologische geschiedenis van de Pyreneeën hebben geleid tot de ontwikkeling van hydrothermale vloeistofcirculatiesystemen in de aardkorst. Deze systemen zijn verantwoordelijk voor de vorming van talrijke minerale afzettingen zoals ijzer, zink, lood, koper, goud … Deze afzettingen zijn in verschillende perioden ontgonnen.

Van de ijzermijnen bevonden de belangrijkste exploitatiegebieden zich in de buurt van Parzán. Het ijzererts werd verwerkt in Bielsa.

Lood- en zinkmijnen waren er in Bielsa, voornamelijk onder de top van de Pic de Liena, maar ook in de mijn van Serveto. Ze waren ook aanwezig in de vallei van Chistau, in de buurt van l’hôpital de Gistaín. In de Chistau-vallei waren er vanaf de 18de eeuw kobalt mijnen actief. Op een bepaald moment was deze mijn in handen van een Engelsman. De legende (?) vertelt dat de eigenaar een beetje te nauwgezet de rekeningen opvolgde, waardoor hij uiteindelijk van een hoge rots het ravijn in werd geworpen. Dat ravijn kreeg daarna de naam ‘Salto del Inglés’… Deze mijnbouw verdween in het midden van de 20ste eeuw.

Ook aan de Franse kant werd er vanaf de Romeinse tijd ijzererts gewonnen.

Bij Parza zijn er oude mijnen van voornamelijk galeniet. Dit is een zwaar, donkergrijs mineraal dat bestaat uit lood en zwavel, maar ook zilver bevat. Het is vooral voor dit metaal dat deze mijnen werden geëxploiteerd. Via een pad in de Barrosa-cirque werd het erts met muilezels naar Frankrijk vervoerd. In het begin van de 20ste eeuw werd er een kabelbaan gebouwd (door Franse en Belgische investeerders) om het erts naar Parzan te brengen. Daar werd het getrieerd en gewassen en vervolgens met een 11,8 km (!) lange kabelbaan naar Frankrijk vervoerd. Het transport richting Spanje was door het gebrekkige wegennet toen niet mogelijk.

Bij Parzan werken tot 800 arbeiders. In de mijngangen werd olijfolie gebruikt voor de verlichting, omdat het geen rook afgaf bij verbranding.

 

erosielandschap in de guara