Adieu en tot nooit meer …
“Sneeuw die door de eeuwen heen is omgezet in azuurblauw ijs, in als het ware versteend ijs, dat nooit (!) zal smelten; een schitterende sneeuwlaag erbovenop: dat zijn de kenmerken waaraan men de gletsjers zal herkennen.” (Saint-Amans, 1789)
De gletsjer van Monte Perdido is/was een van de meest iconische bezienswaardigheden van het Nationaal Park Ordesa y Monte Perdido en wordt/werd beschouwd als de mooiste gletsjer van de Pyreneeën. Te beginnen met Ramond de Carbonnières in de 18de eeuw trok hij de aandacht van cartografen, natuuronderzoekers en bergbeklimmers (zie hoofdstuk pioniers). Dankzij hun belangstelling is de gletsjer goed gedocumenteerd met schilderijen, kaarten en foto’s uit de 19de en 20ste eeuw. Schrader (1936) schatte de totale oppervlakte van de gletsjers van de Monte Perdido op 596 ha, die van Barrosa op 40 ha.



Het ijs van de gletsjer van de Monte Perdido is tot 2000 jaar oud (Moreno et al., 2021). De geschiedenis van de gletsjer kende meerdere fasen. Tussen het jaar 0 en 700 jaar was er ijsaccumulatie. Tussen 700 en 1200 smolt er ijs af en vanaf dan tot 1850 groeide de ijsmassa weer aan tot een maximale oppervlakte van 5,56 km². Deze meer dan 600 jaar ijsaccumulatie is echter volledig verloren gegaan als gevolg van de opwarming na ca. 1850.
De Pyrenese gletsjers lopen een groot risico om in de komende jaren volledig te verdwijnen (Lopez-Moreno et al., 2025). Eind 2023 hadden de Pyreneeën maar 15 ijslichamen meer, met een totale oppervlakte van 143 ha. De gereconstrueerde gegevens over de ijsdikte van de gletsjers Aneto, Monte Perdido en Ossoue in oktober 2024 tonen aan dat slechts een klein deel van deze gletsjers een dikte van meer dan 20 m heeft, terwijl grote gebieden zelfs geen 10 m dik meer zijn. Simulaties van de massabalans en evolutie van de gletsjers onder drie verschillende scenario’s geven aan dat binnen de komende 5-10 jaar waarschijnlijk geen van de grootste Pyrenese gletsjers nog voldoende massa of dynamische beweging zal behouden om als gletsjer te worden geclassificeerd. Bovendien zouden slechts drie jaar van extreme klimatologische omstandigheden, zoals die waargenomen werden in 2022 en 2023, voldoende kunnen zijn om vervroegd hun definitieve verdwijning te veroorzaken. Ondertussen waren 2025 en 2026 uitzonderlijk warm …
